Beyond the Bloody Bridge

Moen's Journaal I

De pony beweegt niet meer en Flater Kotsbak blijft bij hem zitten. De rest van onze groep gaat op verkenning uit in de donkere grot. Wij zien niet veel en proberen de hoek te vinden. Als dat lukt, vinden we daar niet meer dan een ingestort gebouwtje. Plotseling horen we dat pony op wonderbaarlijke wijze is genezen. Flater probeert dat natuurlijk in de schoenen van zijn Kut-Bert te schuiven, maar volgens mij heeft die daar niks mee te maken. Afijn, iedereen komt de hoek in en omdat het daar nu wel erg druk wordt klimmen Mito en ik [Moen] op het gebouwtje. Mito lukt dat tenminste. Ik heb pech en er scheurt een stuk muur af waarmee ik omlaag donder en ik krijg het bovenop me. Gelukkig heb ik alleen mijn vinger maar bezeerd. Buiten het gezichtsveld van mij en Mito is de rest van de groep doorgelopen naar het midden van de grot. Alleen Makker staat nog bij ons in de buurt. Wij kunnen niet zien wat er aan de hand is, maar er klinkt geknetter en gebonk. Later horen we dat ze bij een zwerm kevers uit zijn gekomen. De kevers zijn zo groot als een vuist en beginnen meteen Pony en Flater te beklimmen en te bijten. Pony laat zich vallen om ze te pletten en wordt overspoeld door dikke kevers. Miel heeft geluk, ze staat net iets verder weg en ziet kans om een vuurstraal keihard over de kevers heen te schieten en dan gaat ze wijselijk aan de kant staan. Zelfs Flater laat zijn vierpotige vriend in de steek en klimt op een rotsblok. Hij gooit zijn olielamp in de keverkudde en dat dunt de zaak al aardig uit. Als Makker dan tevoorschijn springt en ook nog een [rake] vuurbal op de strontkevers afvuurt, scharrelen ze er zo snel ze kunnen vandoor. Voor nu zijn we weer gered, al ziet de pony er erg aangebrand uit en ruikt het ineens verdacht naar paardenbiefstuk.
Zoals gewoonlijk is Black [die voor het eerst zijn naam echt eer aan doet] er niet best aan toe en kunnen wij weer aan een [bijna] dood paard gaan staan trekken. We sleuren hem de veilige hoek in en dan gaat Flater ook onderuit. Ook hij is weer op sterven na dood. Leve sint Kut-Bert. Wij “heidenen” hebben nog geen schrammetje opgelopen, maar Miel en Makker vallen vrijwel meteen in slaap. Het is aan Mito en mij om iedereen veilig te houden. Dat doen we natuurlijk voortreffelijk. We blijven de hele nacht wakker, verzamelen stenen om naar de kevers te gooien en zitten lekker over Flater te roddelen. Het vuurtje van Miel houdt ons lekker warm. Wij houden het de hele nacht vol en langzaam worden de anderen ook wakker. Wij doen nog een dutje en dan is iedereen weer klaar voor een nieuwe dag. Ik hoop dat we vandaag verder dan 20 passen van de rotswand afkomen.

Moen Kimstapper

Comments

Anktilas

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.